Felssysteem

Met het felssysteem wordt een waterdichte bekleding gemaakt voor daken en gevels met een hellingshoek vanaf minimaal 3º en bij voorkeur vanaf 7°. De enkele fels wordt toegepast bij daken met een helling vanaf of steiler dan 25° en bij gevels. Bij daken met een kleinere helling dan 25° wordt de dubbele staande fels gebruikt. Het felssysteem biedt de mogelijkheid om het dak en de gevel snel en efficiënt met titaanzink te bedekken. Dit is te danken aan het feit dat gewerkt kan worden met geprefabriceerde banen en de mogelijkheid tot machinaal felsen, waardoor het felsen met de hand tot een minimum beperkt wordt. De voorgeprofileerde felsbanen worden standaard geleverd en op de bouwplaats met een enkele of dubbele fels machinaal of met de hand aan elkaar gefelst. Behalve rechte banen zijn ook gebogen (convex en concaaf) en tapse felsbanen probleemloos te vervaardigen.

Bij een felsdak worden de zinken banen in de lengterichting met zogenaamde staande felsverbindingen aan elkaar verbonden. De materiaaldikte bedraagt 0,80 mm. De toelaatbare baanbreedte wordt bepaald door de windbelasting en de hoogte van het dak. De geadviseerde baanbreedte varieert van 330 mm tot 530 mm. De geadviseerde maximale baanlengte bedraagt 10 meter (thermisch werkgebied: 20 mm). Let bij de keuze op de hanteerbaarheid.

De felsverbinding kan bestaan uit een enkele of dubbele verbinding. Een enkele verbinding heeft een minder goede waterdichtheid en mag daarom pas worden toegepast op daken met een hellingshoek vanaf 25°. Met de vaste klangen wordt de bekleding over een lengte van 1 meter gefixeerd. Op de resterende lengte van de dakbaan worden schuifklangen aangebracht. De plaats van de vaste klangen is afhankelijk van de hellingshoek van het dak. In fi guur 5.1.7. is het verband tussen de plaats van de vaste klang en hellingshoek weergegeven. Vaste klangen zorgen ervoor dat de felsbanen niet afschuiven. Banen tot 3 meter kunnen volledig met vaste klangen worden bevestigd. Bij lengten groter dan 3 meter wordt de baan over een lengte van 1 meter met vaste klangen bevestigd, de rest met schuifklangen.

Felsnaad

De standaard felsnaadhoogte van een geprofi leerde fels bedraagt 25 mm.
Een felshoogte van 38 mm wordt soms toegepast omschaduwvorming te accentueren. Ook biedt de hogere fels een betere regendichtheid bij stuwing door wind.

Om de regendichtheid van een felsdak te bevorderen kan een dichtingsband
geplaatst worden op de onderfels, na montage van de klangen. Dit wordt tevens
geadviseerd bij ongeventileerde systemen, waarbij een risico aanwezig is op lekkage.

Bevestiging van klangen
De bevestiging van de felsbanen op de onderconstructie geschiedt met behulp van klangen (zie figuur 5.1.4 vaste- en schuifklang). De vaste klangen fixeren de felsbaan en de schuivende klangen maken expansie in de lengterichting mogelijk. De klang wordt over de onderste felsbaan en op de onderconstructie vastgezet. Vervolgens wordt de boven-felsbaan hier overheen geplaatst en dicht gefelst.

Ondersteuning
Het felssysteem wordt bij een geventileerde constructie volledig ondersteund door een beschot bestaande uit ongeschaafde, onbehandelde houten delen van minimaal 23 mm dik, zonder messing en groef, aangebracht met kieren van minimaal 5 mm. Deze ruimte tussen de planken kan afhankelijk van dakhelling vergroot worden, t.w.:

dakhelling tot 45º 5 – 10 mm
dakhelling vanaf 45º – 70º 5 – 50 mm
dakhelling vanaf 70º – 90º 5 – 100 mm

Hierbij zijn ook de constructie-eisen van belang. Bevestiging geschiedt door middel van thermisch verzinkt bevestigingsmateriaal met een zinklaagdikte van tenminste 20 μm of RVS AISI 304.

Aanbrengen dakbedekking

Aftekenen dak
Aftekenen vanuit de as van het dak- of gevelvlak. Van daaruit worden links en rechts de werkende breedten afgetekend. Afstemming met de opdrachtgever t.b.v. het lijnenspel wordt aanbevolen. dakhelling tot 45º 5 – 10 mm dakhelling vanaf 45º – 70º 5 – 50 mm dakhelling vanaf 70º – 90º 5 – 100 mm

Breedte van de felsbaan*
500 mm530 mm
Aantal klagen per m² en hun onderlinge hart-op-hart afstand in mm
DakhoogteDakgedeelteAantal - afstandAantal - afstand
20 -100 mmiddenvlak randbanen8 - 250 8 - 2508 - 210 8 - 210
8 - 20 mmiddenvlak randbanen5 - 400 6 - 3305 - 330 6 - 280
0 - 8 mmiddenvlak randbanen5 - 400 5 - 4005 - 330 5 - 330

* Materiaaldikte titaanzink minimaal 0,80 mm; tabel geldt voor windgebieden | (kustgebied), || en ||| (zie NEN 6702).
Tabel 5.1 aantal klangen per m² en hun onderlinge afstand, afhankelijk van baanbreedte en dakhoogte.

Expansie
Rekening houdend met het uitzetten en krimpen van het zink als gevolg van temperatuurwisselingen worden baanlengten van maximaal 10 meter geadviseerd. Bij een daklengte groter dan 10 meter is een expansievoorziening benodigd.

De uitvoering hiervan is afhankelijk van de dakhelling (zie figuur 5.1.5). De overlapping is noodzakelijk om de constructie regendicht te krijgen.

Aanbrengen van de verticale felsbanen

Voetaansluiting
Het leggen van de felsbanen gebeurt van links naar rechts of andersom volgens de aftekening op het beschot. Voordat de eerste baan gelegd wordt, eerst de voetaansluiting aanbrengen. Een voorbeeld is de druiprand-voetaansluiting in figuur 5.1.6. De eerste felsbaan wordt met een overstek van tenminste 25 mm over de druiprand gelegd.

Expansie
Omdat de felsbaan die als eerste is aangebracht een zijaansluiting moet vormen, zal deze meestal niet in een volledige baanbreedte zijn uitgevoerd. Is de baan ingehaakt, dan worden de vaste en schuivende klangen aangebracht. De plaats van de vaste klangen is afhankelijk van de dakhelling, zie figuur 5.1.7. Voor de afstand tussen de klangen bij verschillende baanbreedten en dakhoogten zie tabel 5.1. Na het aanbrengen van de eerste baan en het plaatsen van de klangen wordt de volgende baan zijdelings zonder zijwaartse kracht gelegd met voldoende overstek. Echter, moet er meer dan één baan gelegd worden van dakvoet tot nok, dan wordt eerst de hele baan vanaf de voet tot de nok aangebracht en aangesloten volgens fi guur 5.1.5. Daarna weer vanaf de voet verder gaan met de volgende baan. Ligt deze baan op zijn plaats, dan eerst de vaste en schuivende klangen aanbrengen, zoals hiervoor beschreven. Hierna volgt het dichtfelsen van de naden met de felstang of met een felsmachine.

Nokaansluiting
Om een nokaansluiting te maken, worden de felsbanen opgezet. Het geheel wordt afgedekt met een nokprofiel (zie figuur 5.1.8).

Zijaansluiting
Voor de randafwerking wordt het zink van de eerste en de laatste baan opgezet tegen een houten opstand, bijv. een roeflat. Deze randbanen kunnen vooraf of op het dak op de gewenste breedte worden aangebracht en omgezet voor de aansluiting tegen de houten opstand. De opgezette rand is minimaal 55 mm hoog. De constructie is weergegeven in figuur 5.1.9. Met een profiel naar eigen keuze wordt de roeflat afgedekt. Zowel de deklijst van de houten randopstand als de opgezette rand van de zijbaan worden met 3 klangen per meter vastgezet.

Muuraansluiting
Een voorbeeld van een muuraansluiting in de daklengte staat in figuur 5.1.10. Ook hierbij zorgen voor een ventilatieopening, zodat het principe van ventilatie gewaarborgd is.

Hoekkeper
Bij een hoekkeper vormt een roeflat de scheiding tussen de twee dakvlakken. De bevestiging van de roeflat op de hoekkeper dient afdoende verankerd te zijn. Een roefkap dekt de roeflat af. De hoogte van de opgezette rand van de felsbaan tegen de roeflat is minimaal 55 mm loodrecht gemeten op de lijn van de hoekkeper.

Kilgoot
De kilgoot vormt de ingesloten hoek van twee dakvlakken, zoals aangegeven in figuur 5.1.11. De onderzijde van de felsbaan wordt afgeknipt en omgezet. Deze omzetting haakt in de dubbele aanhaking die in lengten van bijvoorbeeld 1 meter op de kilgoot gesoldeerd zijn.

Is de dakhelling kleiner dan 15°, dan moet een bakgoot in de kil aangebracht worden, zie figuur 5.1.12. De minimale diepte hiervan is 120 mm.