Dakkapellen

Wanneer een dakkapel in een pannendak met zink wordt bekleed, wordt begonnen met het aanbrengen van de verholen goten langs de zijwangen van de dakkapel. Deze worden aangesloten op de reeds aanwezige verholen gootdelen, die aansluiten op de gewone dakgoot.

De zijwangen worden uitgevoerd als gevelbekleding en met klangen bevestigd tegen de achterliggende houten constructie. Bij voorkeur wordt gekozen voor een standaard systeembekleding zoals het felssysteem. Bij kleine oppervlakken kan ook gekozen worden voor platen die middels een haakrand aan elkaar worden gekoppeld. In deze haakranden bevinden zich dan ook de klangen voor de bevestiging tegen het houtwerk. De klangen moeten voldoende werking van de zijwangen toestaan, omdat deze anders bol gaan staan.

In verbindingen en aansluitingen moet steeds voldoende ruimte aanwezig zijn om de vrije werking van het zink mogelijk te maken. Vooral bij dit soort constructies is het aan te bevelen om eerst de onderdelen te maken en te passen, alvorens tot solderen, klangen en felsen over te gaan. Pas dan is het mogelijk een strak en vooral waterdicht resultaat te krijgen.