Losangesysteem

Het losangesysteem wordt toegepast voor de bekleding van grote en kleine hellende en verticale vlakken. Het standaard losangesysteem bestaat uit kleine gelijkvormige plaatdelen die in elkaar gehaakt worden. De meest gebruikte vorm van een losange is het vierkant, terwijl de ruitvorm ook regelmatig voorkomt. In dit hoofdstuk wordt de vierkante losange besproken. Behalve de naam losange gebruikt men ook de namen zinken ruiten of zinken leien. De vele kleine plaatelementen maken het bedekken van matig gebogen vlakken goed mogelijk. De in elkaar gehaakte losanges vormen een mozaïek van gelijkvormige vlakken.

Specificatie van de onderdelen

Een schematische weergave van het losangesysteem toont figuur 6.3.1. Naast de standaard losanges zijn ook andere afmetingen mogelijk.De vierkante losanges worden 25 mm omgezet zoalsaangegeven in figuur 6.3.2.

De vierkante losanges worden 25 mm omgezet zoals aangegeven in figuur 6.3.2.

Figuur 6.3.3 A toont de halve losange met onder beëindiging en figuur 6.3.3 B de halve losange met boven beëindiging. Afmetingen en materiaaldikten zijn gelijk aan de hele losanges. In plaats van een schuifklang kan ook een gesoldeerde klang worden toegepast bij een halve losange met boven beëindiging.

Tabel 6.3.1 geeft een overzicht van de standaard vierkante losanges, tabel 6.3.2 van de standaard ruitvormige losanges.

Afmeting losangeKnipmaatAantal/m2
450 x 450 mm500 x 500 mmca. 5,6
280 x 280 mm330 x 330 mmca. 15,3
200 x 200 mm250 x 250 mmca. 32

Tabel 6.3.1

Schuifklang, 70 mm x 50 mm
Materiaaldikte gelijk aan losange.
De schuifklang fungeert als steunklang.
De klang kan door de zinkwerker zelf gemaakt worden.

Gesoldeerde klang
Breedte: 50 mm breed, lengte circa 100 mm, afhankelijk van plaats en ruimte voor bevestiging op de ondergrond. De klang kan door de zinkverwerker zelf gemaakt worden en aan de losange worden gesoldeerd.

Profielen
Voetlijst, aansluitprofielen e.d. zijn voor hun maatvoering afhankelijk van de maatvoering ter plaatse en kunnen door de zinkwerker zelf worden gemaakt of zijn in lengten leverbaar als maatwerk.

Afmeting losange breedte ’b’KnipmaatAantal/m2
200 mm*250 mmca. 25,6
250 mm*300 mmca. 15,3
280 mm*330 mmca. 11,9

* andere afmetingen zijn mogelijk
Tabel 6.3.2

Ondersteuning
De losangegevel wordt bij een geventileerde constructie volledig ondersteund door een houten beschot bestaande uit ongeschaafde houten delen van minimaal 23 mm dik, zonder messing en groef, aangebracht met tussenruimte van minimaal 5 mm. Bevestiging geschiedt door middel van thermisch verzinkt bevestigingsmateriaal met een zinklaagdikte van tenminste 20 μm of RVS AISI 304.

Aanbrengen gevelbekleding
Onderstaande beschrijving heeft betrekking op de montage van losanges met een gesoldeerde klang aan de tophoek en twee steunklangen aan de twee boven-zijkanten. De klangen worden met roestvast- of verzinkt bevestigingsmateriaal met een zinklaagdikte van tenminste 20 μm op het houten beschot bevestigd.

Afmetingen losanges (knipmaat)
tot 330 x 330 mm330 x 330 tot
400 x 400 mm
400 x 400 tot
500 x 500 mm
Materiaaldikte* en aantal klangen per losange
NokhoogteAant. klangen per m2Dikte materiaalAantal klangenDikte materiaalAantal klangenDikte materiaalAantal klangen
0 - 8 m
-binnenland
-kust

6
6

0,80
0,80

1
1

0,80
0,80

1
1

0,80
0,80

3
3
8 - 20 m
-binnenland
-kust

6
8

0,80
0,80

1
1

0,80
1,00

3
3

1,00
1,00

3
3
20 - 100 m
-binnenland
-kust

8
8

0,80
1,00

1
1

1,00
1,00

3
3

1,00
1,00

3
3

* Dikten gerelateerd aan levensduur en belasting.
Binnenland = windgebied III conform NEN 6702; Kust = windgebied I en II conform NEN 6702.

Tabel 6.3.3 Materiaaldikte losange en aantal klangen in relatie tot gevelhoogte, windgebied en losange-afmeting.

Losanges worden met een kleine speling aangebracht. Om een rechte lijnenpatroon te verkrijgen is aftekenen nodig. Vanuit het midden van het dakvlak beginnen met aftekenen en om de drie losanges smetlijnen aanbrengen. De klangen worden met roestvast- of verzinkt bevestigingsmateriaal met een zinklaagdikte van tenminste 20 μm op het dakbeschot bevestigd. De montage van de losanges geschiedt van onder naar boven.

Onderaansluiting of druiprand – voetaansluiting
Eerst wordt een voetlijst van bladzink gemonteerd (de klangen hiervoor onder de draad stellen). Hierin de halve losanges haken en daarna vervolgens met hele losanges (figuur 6.3.5).

2.4

Bovenaansluiting
Bij een bovenaansluiting bij voorkeur eindigen op halve losanges. Wanneer dit onmogelijk is dan de deellosange op maat knippen en aan de bovenzijde een haakrand omzetten. Deze deel- of halve losanges voorzien van haakklang of gesoldeerde klang voor de bevestiging aan het beschot. Hierna verder afwerken met de bovenlijst. Een voorbeeld van een bovenaansluiting geeft figuur 6.3.6.