Schakelsysteem

Algemeen

Het NedZink NTZ-schakelsysteem bestaat uit een voorgeprofileerde schakelbaan met aan één zijde een opstaande kant en aan de andere kant een afdekkap. De banen worden d.m.v. schakelklangen, die over de opstaande kant wordt geschoven, op de pannenlatten bevestigd. Montage op een dakbeschot is ook mogelijk. De afdekkap van de volgende baan wordt vervolgens onder de schakelklang geschoven. De relatief open constructie geeft iets extra ventilatie van het dak. Het systeem kan worden toegepast voor de bekleding van gevels en daken (met een hellingshoek groter dan 7°).

De standaardlengte voor schakelbanen bedraagt 3 meter met een nominale breedte van 300 mm. Voor het vastzetten van de schakelbanen worden voorgevormde klangen gebruikt. Elke klang wordt met een houtschroef  (5x 20 mm) of met twee zinknagels (3 x 20 mm) op de ondergrond vastgezet. De klangen worden uitgevoerd als schuifklangen. Om de dakbanen te fixeren wordt de opstand van 30 mm van de dakbaan, boven de klang 5 á 10 mm ingeknipt en omgevouwen.

Toepassingsgebied

Het schakelsysteem biedt een waterdichte bekleding van rechte daken en gevels met een hellingshoek tussen 7° en 90°. Het door NedZink Zink ontwikkelde schakelsysteem heeft de volgende voordelen:

  1. De uitstekende eigenschappen van Titaanzink worden volledig benut.
  2. De montage is eenvoudig en kost minder tijd dan bij traditionele dakbedekkingen van zink.
  3. Maximale toepassing van geprefabriceerde en standaard onderdelen voorkomt montagefouten.
  4. De onderconstructie is goedkoper, omdat het systeem op regelwerk (panlatten) in plaats van op een dakbeschot kan worden aangebracht.
  5. De "open" roefconstructie geeft extra ventilatiemogelijkheden bij geïsoleerde daken.
  6. Er zijn geen speciale machines of gereedschappen nodig.

Het systeem laat verder alle variaties in aansluitingen, overgangen en doorvoeringen toe zoals men gewend is bij andere zinken daksystemen. De meest voorkomende aansluitingen zijn gestandaardiseerd.

Ondersteuning

Schakeldakbanen kunnen worden gelegd op horizontaal houten regelwerk (bijv. panlatten) met een minimale doorsnede van 25/35 mm of op verzinkt staal of aluminium regelwerk. Minimale dikte in staal 1 mm z 25x25x25, aluminium 2 mm z 25x25x25. Regelafstand 300 mm.

De ondersteuning van het regelwerk door houten sporen of metalen spanten is afhankelijk van de dakconstructie. Hoewel niet noodzakelijk, kan een schakeldak ook worden aangebracht op een gesloten dakbeschot, mits dit bij een geïsoleerde dakconstructie aan de onderzijde voldoende belucht wordt.

Maatvoering en berekening van het aantal banen

Detail 4.4.2 geeft een dwarsdoorsnede over de schakeldakconstructie. Controleer de afmetingen van het dak en breng de baanverdeling op het dak aan. Hierbij mag ervan worden uitgegaan dat er met de werkende breedte kan worden "gespeeld" tot plus 4 of minus 2 mm per baan.
De totale af te dekken breedte bedraagt:
het aantal banen x 300 (+4 of -2) + 30 mm

Voorbeeld:

De totale gemeten dakbreedte bedraagt 14,47 meter.
Totale breedte van de banen is 14470 - 30 = 14440.
Aantal banen is 14440 : 300 = 48,13.
De aan te houden werkende breedte per baan wordt dan
14440 : 48 = 300,83 = 301 mm.
Bij deze uitkomst moeten de banen dus licht "trekkend" worden gemonteerd.

Valt de uitkomst buiten 298 tot 304 mm dan moet er een speciale pasbaan worden besteld of uit een standaardbaan worden gemaakt.
Het is raadzaam om de baanverdeling zowel onder als boven op het dak om de 3 banen aan te brengen, dus in dit geval op 0 - 903 - 1806 - 2709 enz.

Voorbereiden van onderdelen

Na de ontvangst van de materialen kunnen de volgende voorbereidingen worden uitgevoerd:

  • Op lengte zagen van de baanstukken. Koppelen van baanstukken tot maximaal 6 meter middels solderen. (Doorkoppelen middels solderen tot maximaal 12 meter kan alleen op het dak.) Waterkering buigen aan de kop van het bovenste baanstuk als de vlaknokconstructie wordt toegepast of wanneer aangesloten wordt tegen opgaand werk (zie detail 4.4.3 - 4.4.5)
  • Het maken van kopschotten in het vlaknokprofiel. (Alternatief: het maken van schakelnokstukken uit de standaard schakelnok profielen (zie detail 4.4.4)
  • Het maken van zinken klangen voor nok en kopgevelstroken volgens detail 4.4.2 - 4.4.3 - 4.4.5 en  werktekeningen.

Montage

Alvorens met de dakbedekking te beginnen worden eerst eventuele gootbeugels en een voetlijst en vogelschroot gemonteerd (detail 4.4.6). Daarna is de montage als volgt:

  • Naar keuze bij de linker of rechter kopgevel beginnen met het aanbrengen van op gevelstrook A. Bevestigen met de schakelklangen, die over de opstaande kant van 30 mm worden geschoven.  Schakelklangen op ondersteuning bevestigen met een kruiskop houtschroef 4 x 20 mm van roestvaststaal.  Onderlinge afstand 300 mm.

    Vervolgens de eerste baan over de klangen haken en aan de andere zijde met de klangen bevestigen, daarna de volgende baan enz. enz.

    Om het naar beneden schuiven van de banen te voorkomen moeten binnen 1 meter ten minste 3 klangverbindingen worden geborgd door de opstand van 30 mm boven de klang 5 à 10 mm in te knippen en om te vouwen.
  • Na de laatste standaardbaan wordt de kopgevelstrook B aangebracht door hem over de klangen te schuiven. Bij onvoldoende schuifruimte moet de haak van de strook ter plaatse van de klangen worden ingeknipt, zodat de strook slechts over 50 mm behoeft te worden geschoven. Het langer houden van de kopgevelstrook kan belangrijk zijn voor de afwerking hiervan richting kopschot van de goot.
  • Het tegenoverliggende dakvlak wordt gedekt in spiegelbeeld, dus ook beginnen bij dezelfde kopgevel. Hierdoor komen de banen recht tegenover elkaar bij de nok.
  • Montage van het vlaknokprofiel: Het nokprofiel wordt los over de nok gelegd en de plaatsen van de roeven worden afgetekend.
    Daarna worden de afgetekende plaatsen met enkele mm ruimte uit het nokprofiel geknipt en wordt een resterende lip (ca. 25 mm) naar binnen omgevouwen. Hierna kan het nokprofiel op zijn plaats worden gelegd en met klangen volgens detail 4.4.3 worden bevestigd.
  • Montage van de schakelnok:
    De schakelnokstukken zijn voorbereid volgens detail 4.4.4 door ze in de juiste hoek te buigen en het nokkapje en plaatje op te solderen.
    De schakelnokstukken worden nu geplaatst in dezelfde volgorde als de montagerichting van de dakbanen.
    De bevestiging geschiedt door soldeerverbindingen op elke roef.
    De begin- en eindplaten worden voorzien van pasgemaakte kopplaten.

Schakelnokconstructie

Dit profiel wordt op lengten geleverd en moet door de installateur worden bewerkt: inzagen van roef en opstaande kant, vouwen in juiste hoek en opsolderen van nokplaatje en nokkapje. Het begin- en eindnokprofiel op het werk aan te passen door de installateur. Het nokplaatje en nokkapje worden door de installateur gemaakt.