Dakgoten met een doorlopende ondersteuning

Dit type wordt volledig ondersteund door een bouwkundige constructie. In de meeste gevallen betreft het hier een houten bakconstructie.

Montage
• De bodembreedte moet minimaal 10 mm kleiner zijn dan de breedte van de bak. De achteropstand moet minimaal 10 mm hoger zijn dan de vooropstand.
• De gootdelen bij voorkeur van links naar rechts en tegen het afschot in (van laag naar hoog) monteren. De bouwkundige omstandigheden laten dit echter niet altijd toe. Bij het kiezen van een afwijkende montagerichting geldt dat monteren van laag naar hoog belangrijker is dan van links naar rechts (afwaterende overlap).
• De goot onder de neus met klangen aan de bouwkundige constructie bevestigen. De breedte van een klang is 70 mm en de dikte 0,80 mm. De klang met drie zinknagels op het boeideel van de onderconstructie nagelen. Een klang moet ongeveer ¾ in de kraal doorsteken. Aan de achteropstand de goot met klangen van 30 mm breed vastzetten. De maximale klangafstand bedraagt 660 mm.
• Als de bodembreedte van de goot breder is dan 300 mm moet een klang, onder de naad, op de bodem van de goot worden aangebracht. De overlap van de naad is dan 25 mm. De klang mag niet worden ingesoldeerd.
• De naden van de goot afwaterend naar de afvoer aanbrengen. De breedte van de overlap is minimaal 10 mm.
• Om een volledige vrije uitzetting van de goot te waarborgen, moet deze 10 mm uit de zijkanten van de bekisting vrij blijven. Rondom het tapeind moet een vrije ruimte van 20 mm aanwezig zijn.

Constructie
De ondersteuning maakt deel uit van de bouwkundige constructie en is meestal uitgevoerd in hout. Goten van NedZink materiaal kunnen uitstekend direct op ongeschaafd hout worden aangebracht. NedZink raadt aan om bij nieuw geïmpregneerd en verlijmd hout op de bodem van de gootbak een dampopen scheidingslaag aan te brengen om aantasting door condens aan de onderzijde van het zink te voorkomen. Ditzelfde advies geldt ook voor ondersteuningen van beton of andere steenachtige materialen, waarbij de scheidingslaag ook slijtage van het zink tegengaat. Controleer alvorens het zink aan te brengen of de ondersteunende houten bak schoon is en geen uitstekende spijkerkoppen of schroeven bevat.

Bij het opmeten van de houten bak dienen de volgende maten opgenomen te worden:
• Bovenbreedte.
• Bodembreedte.
• Hoogte en schuinte van vooropstand en achteropstand.
• Dikte van de rand van de vooropstand.
• Lengte van de verschillende gootvlakken.

Doorlaatopening tapeind
De doorlaatopening in de dragende bakconstructie moet ruim genoeg zijn om de goot mogelijkheid te geven te krimpen en uit te zetten. Dit betekent dat het tapeind met de daaromheen geschoven HWA-buis naar links en naar rechts minimaal 20 mm ruimte moet hebben en in de twee andere richtingen minimaal 5 mm. Zie fig. 3.1.20.

Ontwerp van dakgoot
Zie figuur 3.1.20 en 3.1.21. Hierbij de volgende basisregels in acht nemen:
• De bovenbreedte van de goot moet min. 4 mm kleiner zijn dan die van de bak.
• De bodembreedte van de goot moet min. 10 mm kleiner zijn dan die van de bak.
• De hoogte van de vooropstand van de goot moet 1 à 2 mm groter zijn dan die van de bak.
• De kraal valt voor de rand van de bak en niet erop.
• De achteropstand min. 10 mm hoger dan de vooropstand.
• De schuinte van de goot is gelijk aan die van de bak inclusief de eventueel geknikte vormen.
• De maatverhoudingen verder volgens NEN-EN 612.
• De uiteinden van de goot moeten min. 10 mm ruimte hebben t.o.v. de koppen van de ondersteunende bak (zie paragraaf 3.1.5 expansies).

Voorbewerking dakgoten
De dakgoten worden voor installatie bij voorkeur zo ver mogelijk in de werkplaats voorbereid d.w.z.:
• Gootdelen op lengte maken.
• Verstekken maken (en indien mogelijk solderen).
• Kopschotten, expansieschotten en tapeinden insolderen.