Losangesysteem

Algemeen

Het NedZink NTZ-losangesysteem voor het bekleden van gevels en daken wordt geleverd in de volgende type: 

  •  vierkante losanges
  •  ruitvormige losanges

De beide losanges zijn 0,80 of 1,0 mm dik en hebben aan de bovenzijde naar voren omgezette randen. Aan de onderzijde zijn de zinken platen naar achteren omgezet. De losanges worden zo in elkaar gehaakt. Met behulp van klangen worden de losanges op de onderconstructie vastgezet. Hierbij wordt gebruik gemaakt van schuivende klangen en vaste klangen die aan de losanges gesoldeerd worden. Dankzij de kleine afmetingen van de losanges kunnen ook matig gebogen vormen bekleed worden.

Toepassingsgebied

Het losangesysteem is een zeer fraaie toepassing van NedZink NTZ® voor daken en gevels. Het wordt toegepast voor de bekleding van grote en kleine vlakken. De minimale dakhelling is 25° of 18° met een gesoldeerde tophoek van de losange. Het standaard NedZink NTZ® losangesysteem bestaat uit kleine gelijkvormige plaatdelen die in elkaar gehaakt worden. De meest gebruikte vorm van een losange is een vierkant, terwijl de ruitvorm ook regelmatig voorkomt. Behalve de naam losange gebruikt men ook de namen zinken ruiten of leien. De in elkaar gehaakte losanges vormen een mozaïk van gelijkvormige vlakken met de diagonalen vertikaal en horizontaal.

Standaard losange, vierkant

Afmeting losangeknipmaat aantal/m²
450×450 mm500×500 mmca. 5,6
280×280 mm330×330 mmca. 15,3
200×200 mm250×250 mmca. 32

Materiaaldikte 0,80 mm – 1,00 mm

Standaard losange, ruit  tophoek 50°

Afmeting losange

breedte "b"

knipmaat 

aantal/m²
200 mm250 mmca. 25,6
250 mm300 mmca. 15,3
280 mm330 mmca. 11,9

Materiaaldikte 0,80 mm – 1,00 mm

Schuifklang: materiaaldikte als van losange, fungeert als steunklang. Deze klangen kunnen door de installateur zelf worden gemaakt. Gesoldeerde klang: 50 mm breed, lengte ca. 100 mm afhankelijk van plaats en ruimte voor bevestiging op de ondergrond. De klang kan door de installateur zelf worden gemaakt en aan de losange worden gesoldeerd.

Ondersteuning

Het losangedak moet volledig ondersteund worden door een dakbeschot, bij voorkeur van ruwe ongeschaafde houten delen van 23 – 25 mm dik zonder messing en groef. De houten delen mogen 5 tot 10 mm kieren, waarbij rekening gehouden dient te worden met het plaatsen van de klangen.

Montage

De onderstaande beschrijving heeft betrekking op de montage van losanges met een gesoldeerde klang aan de tophoek en twee steunklangen aan de 2 boven-zijkanten. De klangen worden met roestvaststalen of verzinkte stalen nagels op het dakbeschot bevestigd. De montage van de losange gebeurt van onder naar boven.

Onderaansluiting of druiprandvoetaansluiting: Eerst wordt een zinken voetlijst gemonteerd (de klangen hiervoor onder de draad stellen). Hierin de halvelosange “onder” haken en daarna vervolgen met hele losanges.

Aftekenen:  Losanges worden met een kleine speling aangebracht en om een recht lijnenpatroon te krijgen is aftekenen nodig. Vanuit het midden van het dakvlak beginnen met aftekenen door om de 3 losanges smetlijnen aan te brengen.

De bovenaansluiting, nokaansluiting

Bij de bovenaansluiting bij voorkeur uitkomen op halve losanges. Wanneer dit onmogelijk is dan de eellosange op maat knippen en aan de bovenzijde van een haakrand voorzien. Deze deel- of halve osanges voorzien van haakklang of gesoldeerde klang voor de bevestiging aan het beschot. Hierna verder afwerken met de bovenlijst.

Zijaansluiting van het dak met opgaand werk

De aansluiting wordt gemaakt met een dubbele haak. De opstaande kant van het zink tegen de muur moet minstens 10 cm hoog zijn. Bij een hoekkeper is de afdekking van de buitenhoek op meerdere manieren mogelijk. Middels een platte lijst die in de omgezette haak van de losange grijpt. Ook kan de losange opgezet worden tegen de roeflat of een uitvoering van een zinken band met dubbele haak.